Lentink De Jonge

Nieuws

Pensioen in eigen beheer afgeschaft: welke keuze maakt u?

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen meer opbouwen in uw eigen bv. Het pensioen in eigen beheer is afgeschaft. Maar wat te doen met uw bestaande pensioenvoorziening in eigen beheer? U kunt kiezen uit drie mogelijkheden, afhankelijk van uw keuze moet uw partner instemmen en heeft u een informatieplicht richting de Belastingdienst.

Einde pensioen in eigen beheer

Het pensioen in eigen beheer kent de nodige voordelen, maar ook de nodige knelpunten. Deze knelpunten worden grotendeels veroorzaakt doordat de fiscale regels voor waardering van de pensioenverplichting afwijken van de commerciële regels.

Voor uw pensioen in eigen beheer is op de balans van de bv een voorziening gevormd. De hoogte van deze voorziening is gebonden aan fiscale regels. Deze voorziening noemen we de fiscale waarde. Daarnaast kennen we ook een commerciële waarde van het pensioen. Dat is een indicatie van hoeveel het pensioen op dit moment echt waard is. Deze waarde wijkt af van de fiscale waarde en is op dit moment soms wel twee tot drie keer zo hoog. Door die afwijking is het voor veel dga’s lastig om dividend uit te keren. Ook bij echtscheiding kan men in de problemen komen als het deel van de pensioenvoorziening van de ex-partner tegen commerciële waarde moet worden verdeeld.

Als oplossing voor de knelpunten heeft het kabinet ervoor gekozen het pensioen in eigen beheer af te schaffen per 1 april 2017. Met een uitloop van drie maanden tot 1 juli 2017 is de pensioenopbouw in eigen beheer nu definitief gestopt.

Keuzemogelijkheden

Voor iedereen die een pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd, is er een overgangsregime van drie jaar (2017, 2018, 2019), waarin u moet kiezen wat u wenst te gaan doen met uw bestaande pensioenvoorziening in de bv. U heeft drie mogelijkheden: afkopen, omzetten of laten staan. Aan u de keuze!

Zie ook onderstaand filmpje voor een nadere toelichting:

Handhaven bestaande pensioenvoorziening

Handhaven van de regeling houdt in dat de opgebouwde premievrije pensioenrechten in stand blijven en tot uitkering komen zoals was beoogd in de pensioenregeling van de DGA. De (afgesproken) indexering van de rechten mag doorgaan inclusief de actuariële oprenting van de pensioenvoorziening.

In de meeste gevallen zal het gaan om een levenslang ouderdomspensioen vanaf 67 jaar (eventueel met nabestaandenpensioen na overlijden van de DGA). De hiervoor besproken ‘dividendklem’ blijft in stand, maar kan ook voordelig uitpakken bij overlijden van de DGA. De hoge commerciële waarde van de (nabestaanden)pensioenvoorziening drukt immers de waarde van de aandelen van de B.V. en drukt dus ook de verschuldigde inkomsten- en erfbelasting bij overlijden.

Handhaven van de bestaande pensioenvoorziening kan in geval van echtscheiding forse nadelige financiële gevolgen hebben voor de DGA. De waarde van de af te storten pensioenrechten van de ex-partner wordt immers vastgesteld aan de hand van de dan geldende marktrente. Hoe lager de marktrente, des te hoger de waarde van de af te storten pensioenrechten.

Omzetten in ODV

In de jaren 2017, 2018 of 2019 kan worden gekozen om de pensioenvoorziening om te zetten naar een ODV. De bestaande fiscale (!) pensioenvoorziening op de balans van de B.V. wordt dan omgezet in een ODV en vanaf de AOW-ingangsdatum uitgekeerd in 20 jaar. Bij overlijden van de DGA gaat de resterende uitkering over op de erfgenamen.

In geval van lopende pensioenen wordt de termijn van 20 jaar ingekort met de jaren die al zijn verstreken vanaf de AOW-ingangsdatum van de DGA (bij een AOW-leeftijd van 65 jaar stopt de ODV dus op 85-jarige leeftijd).

Jaarlijks zal de ODV oprenten met het U-rendement. De ‘dividendklem’ komt bij de ODV te vervallen. Er ontstaat in beginsel dus meer ruimte voor de DGA om dividend uit te keren. Het ontbreken van de dividendklem kan daarentegen bij overlijden nadelig zijn.

Afkopen

In 2017, 2018 of 2019 kan de DGA er ook voor kiezen om zijn pensioen af te kopen. De afkoopsom is belast tegen het progressieve tarief in box 1 van de inkomstenbelasting.

De afkoopsom is gelijk aan de waarde van de fiscale (!) pensioenvoorziening op datum afkoop. Om de afkoop te stimuleren geldt een kortingsregeling die jaarlijks afneemt:

2017: 34,5%
2018: 25%
2019: 19,5%
De korting is van toepassing op de fiscale (!) pensioenvoorziening per 31 december 2015.

Afkopen ná 2019 levert een extra strafheffing op van 20% (‘revisierente’). De revisierente is niet van toepassing in de jaren 2017, 2018 en 2019.

De positie van de partner

De partner van de DGA moet instemmen met afkoop of omzetting in een ODV. In die gevallen zullen namelijk rechten van de partner ‘verdampen’!

Op dit moment is er nog volop discussie over de vraag of de partner moet worden gecompenseerd en of het niet compenseren leidt tot een belaste schenking. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de manier waarop de partner moet instemmen en de vastlegging daarvan.

Door de juiste keuzes op het juiste moment te maken kan uw fiscale en financiële situatie worden geoptimaliseerd! Lentink De Jonge Accountants & Belastingadviseurs helpt u graag!

nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijft u zich nu vrijblijvend in voor onze nieuwsbrief.